Onze visie op onderwijs
De IVKO is inmiddels een school op leeftijd, maar de traditie waar
het onderwijs op gebaseerd is bestaat nog langer. De grondlegger
van het IVO-onderwijs is de reformpedagoog Kees Boeke. Hij was
een van de pedagogen die zich verzette tegen het gestandaardiseerde
onderwijs aan het begin van de vorige eeuw, evenals Maria
Montessori, Helen Parkhurst (Daltonscholen), Célestin Freinet, Peter
Petersen (Jenaplan) en Rudolf Steiner (Vrije School). Ze streefden
allemaal naar een ‘volwaardige persoonlijke ontplooiing van elk
individu’.
In 1938 werd door Kees Boeke de stichting IVO-diploma opgericht
en in 1959 ontstond de Vereniging van IVO-scholen. Vanaf 1962
maakt de IVKO-school deel uit van deze vereniging. In overeenstemming
met de uitgangspunten van het IVO-onderwijs stelde de IVKO
zich ten doel dat elke leerling zich naar eigen aard, aanleg en tempo
ontwikkelde. De school bood leerlingen ‘langs de weg van een zo
groot mogelijke zelfwerkzaamheid’ de mogelijkheid tot ontplooiing
en ‘tot ontwikkeling van hun creatieve vermogens’. *
Initiatiefnemer in Amsterdam was Hans Snoek, die ook het Scapino
Ballet heeft opgericht. De IVKO moest een school zijn waar balletmeisjes
terecht konden. Behalve een balletafdeling bood de school
een stroming waar mime, drama, taalvisualisatie, keramiek, tekenen
en volksdansen werden gecombineerd met ‘gewone’ vakken op
mavo-niveau. Conform deze methode was zittenblijven niet aan de
orde en examens werden door de school zelf afgenomen.
21e eeuw
Er is het een en ander veranderd de afgelopen jaren, al is de IVKO
nog steeds een school met de I van individueel en de K van kunst.
In 1995 is de school een fusie aangegaan met de Montessori
Scholengemeenschap Amsterdam, waarvan ook het Montessori
Lyceum Amsterdam (MLA), het Montessori College Oost (MCO) en
het Amstellyceum deel uitmaken. Door deze fusie kon de IVKO een
langgekoesterde wens verwezenlijken: een IVKO-havo.
De laatste jaren blijkt dat de oude IVO-uitgangspunten van Kees
Boeke goed aansluiten bij de montessori-pedagogiek. De montessori-
karakteristieken – zoals binnen- en buitenschools leren,
leren kiezen, en ‘hoofd, hart en handen’ – worden dan ook als
uitgangspunt
voor (het verbeteren van) het onderwijs genomen.
Ook in het schoolconcept van de nieuwe school dienen deze
karakteristieken als leidraad. Maar daarnaast blijven de oude
IVO-idealen zichtbaar: zo wordt gewerkt aan een aantrekkelijke
onderwijsomgeving waarin
de leerlingen worden uitgedaagd zelf
keuzes te maken en zelf verantwoordelijkheid te dragen voor het
eigen leren.
Hoewel nog steeds kleinschalig van opzet, is de IVKO qua leerlingenaantal
na 2000 sterk gegroeid. De school heeft sinds een paar jaar
een dependance op het achterplein van het Amstellyceum. Dat blijft
zo tot de nieuwbouw. Uiteindelijk zal deze maximaal 450 leerlingen
huisvesten in een bijzonder gebouw met vijf leerdomeinen, kunstwerkplaatsen,
een schoolplein op het dak en een gymzaal onder de
grond.