De toekomst
Nieuwe leren
In de nieuwe school is meer bijzonders aan de hand. Voor architect Leander Jonker is het de eerste keer dat hij een school heeft ontworpen met zo’n uitgesproken filosofie als die van de IVKO: de filosofie van samen leren, samen werken en ruim aandacht voor het individu. Volgens Jonker een hele uitdaging: “Deze school heeft veel minder traditionele klaslokalen dan andere scholen.” In plaats daarvan zijn er grote lichte ruimtes, ook wel domeinen genoemd, waar tachtig leerlingen tegelijkertijd les kunnen krijgen.
Hier wordt straks de nieuwe manier van leren toegepast. Leerlingen gaan nog meer samenwerken dan voorheen. En ook docenten gaan, meer dan ze gewend zijn, samenwerken. Vooral vakinhoudelijk. Hoe leg je verbanden tussen economie en wiskunde? Tussen Nederlands en geschiedenis?
Directeur Pedroli is trots op de grote lesruimtes. “Dit is wat we al heel lang wilden. Gelukkig vallen de ruimtes in het echt net zo groot uit als op de bouwtekening lijkt”, zegt hij opgelucht. Volgens hem zullen de leerruimtes de ontwikkeling van de leerlingen ten goede komen. In de domeinen kunnen leerlingen van verschillende jaargangen les hebben. De laagste klassen leren zo spelenderwijs van de hogere klassen. In de domeinen hoef je ook niet na elk lesuur je boeltje op te pakken en van klaslokaal te veranderen. Je kunt, wanneer nodig, langer doorwerken aan een opdracht.
Tegelijkertijd is er veel ruimte voor het individu. De docent kan makkelijk één of enkele leerlingen uit het domein plukken en ze apart nemen in een zogenaamd instructielokaal, waar ze heel gericht aandacht krijgen.
Huiskamerplek
De IVKO staat bekend om z’n intieme en eigenzinnige sfeer. De nieuwe school moet weer net zo charmant en eigengereid worden als het huidige schoolgebouw aan de Plantage Middenlaan. Maar hoe doe je dat? Dit is één van de zorgen van de docenten en leerlingen.
“De directeur wil de nieuwe school zo netjes mogelijk houden”, zegt één van de leerlingen uit de hogere klassen. “Maar wij willen juist op de muren tekenen.” De oplossing ligt ergens in het midden. De leerlingen hebben er al op gestudeerd: “We zullen verrijdbare schermen vragen, daar kunnen we zoveel op tekenen als we willen.”
Ook directeur en architect hebben gepiekerd hoe de sfeer in het nieuwe pand te behouden. Het gebouw heeft, volgens beiden, voldoende verborgen hoekjes of ‘nutteloze’ ruimtes waar een oud bankstel neergezet kan worden en een vloerkleed neergelegd. Op bijna elke verdieping kan straks zo’n huiskamerplek gecreëerd worden. Uiteraard door de leerlingen zelf. Met tweedehands spullen of zelf gemaakt. Leerlingen kunnen zich hier terugtrekken, alleen of met elkaar, bijvoorbeeld om opdrachten te bespreken. Ze moeten zich er veilig en geborgen kunnen voelen.
Kleine werkruimtes
Ondanks de beloofde huiskamerplekken zien sommige docenten op tegen de verhuizing. Ze houden juist zoveel van het kleine schooltje in de Plantagebuurt. Het was vaak liefde op het eerste gezicht.
“Het zal straks een hele verandering zijn”, beaamt Sylvia Ruisendaal, teamleider onderbouw. “Alleen al als je bedenkt dat we een heleboel spullen niet mee kunnen verhuizen. Wij verstaan de kunst van het verzamelen. In alles zien we een functie of iets bruikbaars. De afgelopen jaren hebben leerlingen en docenten heel wat voorwerpen en materialen naar binnen gesleept.”
Ook zijn er docenten die zich zorgen maken over de nieuwe werkruimtes: klein en donker. En zijn het danslokaal en dramalokaal wel groot genoeg?
Directeur Pedroli legt zijn oor overal te luister. “Het wordt voor iedereen wennen, maar het gebouw is groot genoeg om onze draai te kunnen vinden.” Zo krijgt het danslokaal in tegenstelling tot het huidige danslokaal, twee kleedkamers, een voor jongens en een voor meisjes. Hoeven de jongens zich eindelijk niet meer om te kleden in de wc’s zoals nu vaak gebeurt. En de werkruimtes voor de medewerkers worden inderdaad kleiner, maar daar staat tegenover een lichte docentenkamer op het dak met een eigen terras en een wijds uitzicht over de stad. Het dakterras is tevens het nieuwe schoolplein, de ontmoetingsplaats voor de leerlingen.
Er op uit
Hoe mooi het nieuwe gebouw ook wordt, de leerlingen gaan er straks ook op uit. De kunstvakken worden namelijk niet alleen op school gegeven. Directeur Pedroli heeft de nieuwe buurt reeds verkend. “Ik wil dat we straks in een min of meer gespreid bedje komen”, zegt hij. “We zullen geen vreemden in de buurt zijn. Ik heb goede contacten aangeknoopt met kunstinstellingen als de jeugdteJAterschool en de bibliotheek in oud-zuid.”
Bovendien wordt aan de achterkant van de school het nieuwe Ostadetheater gebouwd. Volgens Pedroli komt dat goed uit. Een samenwerking tussen de afdeling drama en mime van de IVKO en het Ostadetheater ligt immers voor de hand. Ook de Hogeschool van Amsterdam staat niet ver van de IVKO. Het samenwerkingsverband met het Nederlands Blazers Ensemble zal verder worden uitgebreid. Pedroli: “We willen leerlingen niet binnenshuis houden. Ze moeten ook de wereld buiten de school verkennen.”
Op 1 juli vond de feestelijke opening plaats van de tentoonstelling ‘IVKO buiten de deur’ in bibliotheek Cinetol aan de Tolstraat. Examenkandidaten exposeerden hun werk dat varieerde van film, beeldend werk tot muziek en dans. Bibliotheekmedewerkers waren laaiend enthousiast over de kwaliteit van het werk en verheugen zich op de toekomstige samenwerking met de IVKO-school. Een medewerker: “het is jammer dat de tentoonstelling maar zo kort kan staan. We hebben volgende week een nieuwe exposant maar wat mij betreft had deze expositie de hele zomer hier mogen zijn.”

///
Dennis Burger (15)
Lid van leerlingenraad, mini-mentor eerstejaars
3e klas vmbo-t
“Ik ben één keer naar de nieuwe school gaan kijken. Alles leek best wel klein, kleiner dan ik had verwacht. Het danslokaal is kleiner dan het lokaal nu. Alleen de domeinen zijn echt groot. De leerlingenraad is niet per se blij dat de theaterzaal ook gebruikt wordt als kantine. Ik doe de theaterrichting, dus ik krijg er zelf mee te maken. Ik ben benieuwd. Wat beter zal worden in het nieuwe gebouw is de bereikbaarheid via internet. Nu hebben we geen wifi. Maar het past niet echt bij de IVKO als leerlingen vooral met hun eigen laptop bezig zijn. We zijn meer gewend gezamenlijk op te trekken.”
Klaartje Til (15)
Lid van leerlingenraad en bouwcommissie
Havo 4
“De leerlingen willen wel dat de IVKO de IVKO blijft. Van ons hoeft het allemaal niet zo modern, het moet vooral gezellig zijn. Daarom gaan we in het nieuwe gebouw leuke zithoekjes inrichten. Net als in de oude school met banken en een televisie. Het plan is om straks een inzamelingsactie te houden. Heb je nog een schemerlamp of bank, breng die dan naar school. Gelukkig zullen docenten ook planten en kasten meeverhuizen. De lokalen moeten we weer snel vol hangen met posters en affiches. Dan zal het vanzelf weer een gezellige chaos worden.”
Gijs Korthof
Bouwcoördinator en docent maatschappijleer en geschiedenis.
“Mijn taak als bouwcoördinator is iedereen zo tevreden mogelijk naar het nieuwe gebouw te laten gaat. Spannend, maar ook leuk. Eindelijk zitten we straks met z’n allen in één gebouw. Geen dependance meer. Dat bespaart leerlingen en docenten een hoop energie. We krijgen ook eindelijk de ruimte om onderwijsvernieuwend bezig te zijn. Dat wil de IVKO al langer. Leerlingen kunnen langer doorwerken aan een taak, ze hoeven niet elk uur na de bel naar een ander lokaal te verhuizen. Docenten zullen vakken gaan clusteren, bijvoorbeeld rondom een thema. Het belangrijkste voor de IVKO is dat het geen kunstfabriek wordt. En dat zal het zeker niet worden. Met een max van 450 leerlingen blijven we een kleine school.”
Maureen Gefken
Docent dans
“Het nieuwe danslokaal is kleiner, maar ik verwacht dat we vaak gebruik kunnen maken van de grote theaterzaal. Het danslokaal is dan ook niet meer helemaal boven in het gebouw, zoals nu, dus het wordt in ieder geval veel minder warm. Ik vind de verhuizing spannend, ik kijk er positief naar. We zien ter plekke wel hoe we de ruimtes het beste kunnen gebruiken. Docenten van de kunstvakken, zoals dans, krijgen minder met onderwijshervorming te maken dan andere leraren. Dat maakt het voor mij