Ons kunstaanbod

Dans

Het IVKO is in 1962 opgericht door Hans Snoek van het Scapino Ballet om dansers de mogelijkheid te bieden naast hun dansoptredens een middelbare schooldiploma te halen. Het is dus niet verwonderlijk dat dans een bijzondere plek inneemt op het IVKO. 

In de onderbouw leer je een aantal basisvaardigheden. In de bovenbouw krijg je veel danstechniek. Je leert een choreografie te maken en er zijn veel optredens binnen en buiten de school. Veel IVKO - leerlingen stromen door naar de mbo-dansopleiding van het ROCvA en de dansopleidingen aan de Theaterschool, een van de afdelingen van de AHK. We hebben met de 5 o’clock class, de vooropleiding dans aan de Theaterschool, een samenwerkingsverband. Dit betekent dat leerlingen van het IVKO voorrang krijgen bij de audities voor deze vooropleiding en hiermee hun kans kunnen vergroten aangenomen te worden op een van de dansopleidingen. 

Mime en drama

Bij mime en drama staan de persoonlijke ontwikkeling en de mogelijkheden van de leerling centraal. Vanaf het begin worden de leerlingen uitgedaagd en geïnspireerd om hun eigen ideeën op het toneel vorm te geven. Daartoe leren zij in de loop der jaren de ‘bouwstenen’, de technieken en methodes kennen. Zij leren zichzelf te uiten en in te leven in een ander.

Door zelf theater te maken en door naar voorstellingen te gaan leert de leerling het theatervak in al zijn facetten kennen. 

In de onderbouw krijgen leerlingen onderricht in basisvaardigheden als duidelijk spreken, samenspel en de ontwikkeling van de verhouding tot het publiek. Ze leren ook de begrippen kennen die verbonden zijn aan het vak. Bij het eindproject van mime keren de leerlingen terug naar hun oude basisschool voor het spelen van een kleutervoorstelling. 

Leerlingen die in de bovenbouw drama kiezen verdiepen zich verder in het vak en leren te werken vanuit vaktermen waarbij het proces centraal staat. In het examenjaar komt het ontwerpaspect uitgebreid aan bod; leerlingen leren te kijken vanuit de ogen van de toneelmaker. Ze sluiten het examenjaar af met eigen producties en monologen. 

Ieder jaar stromen er leerlingen door naar beroepsopleidingen. Maar ook leerlingen die niet verdergaan met acteren hebben veel profijt van hun podiumervaring en het geeft hun mogelijk ook liefde voor theater mee. 

Muziek

Muziek hoort erbij. Een feest zonder muziek is ondenkbaar. Maar niet iedereen is ‘zomaar’ muzikant, uitzonderingen daargelaten. In de eerste twee jaar hebben alle leerlingen muziekles. In klein groepsverband maken zij een muziekstukje dat voor de klas wordt opgevoerd. Maar leerlingen gaan ook naar buiten, bijvoorbeeld naar het Muziekgebouw aan ’t IJ, naar de workshop ‘Klankspeeltuin’. In de bovenbouw blijven de ‘echte’ muzikanten over. Dan krijg je muziektheorie, optreden voor een breed publiek (zowel binnen de school als erbuiten) en wordt het Concertgebouw bezocht. 
Elk jaar stromen er leerlingen door naar de mbo-muziekopleidingen en Het Conservatorium Amsterdam. 

Tekenen

Naast de aandacht die wordt besteed aan het creatieve proces van ontwerpen, krijgen de leerlingen ook les in diverse teken- en schildertechnieken. Ze leren met verschillende materialen werken en gaan aan de slag met o.a. perspectief, licht/donker, vrije expressie, modeltekenen en collages. Leerlingen krijgen tevens theorielessen over de verschillende stromingen in de schilderkunst en kunnen deze informatie gebruiken in hun eigen werk.

In het havo-eindexamenjaar maken leerlingen een eigen collectie naar aanleiding van een thema dat zij zelf uitkiezen. De mavoleerlingen doen mee aan een landelijk examen waarbij zij een bepaald thema krijgen aangereikt. Daarnaast werken zij in het examenjaar aan een eigen collectie. 

Mode & textiel

Bij mode & textiel leren de leerlingen, naast vrij werken met textiele materialen, ook ontwerpen en omgaan met de naaimachine en hoe ze een patroon op maat kunnen maken. In het examenjaar presenteren de leerlingen hun zelf ontworpen en gemaakte collecties op de catwalk, van draagbaar tot zeer monumentaal en experimenteel. Daarnaast houden zij een beeldboek bij en verdiepen zich in een modeontwerper, textielkunstenaar of stroming in de kunst. 

Handvaardigheid

Bij handvaardigheid (ruimtelijke expressie) werken de leerlingen met diverse materialen, zoals karton, metaal, gips, hout, textiel en restmaterialen. Leerlingen kunnen tin gieten, solderen, beeldhouwen in hout, gips of zeepsteen en werken naar levend model. Leerlingen kunnen ook kiezen voor keramiek en gaan dan aan de slag met boetseren, pottenbakken en glazuren.

Vanaf het eerste leerjaar krijgen de leerlingen materiaal- en gereedschapskennis en ver- diepen ze zich in vormgeving en bouwkunst.

IVKO-leerlingen leren dus eigenlijk kijken! Veel van onze leerlingen die examen hebben gedaan in een beeldend vak stromen door naar het mbo- en hbo-kunstonderwijs. 

Film

Leerlingen werken in kleine groepjes en verdelen onderling de taken: regie, camera, pre- sentatie / acteren, montage. In de onderbouw worden de eerste filmpjes gemaakt, waarbij het belangrijk is dat de kijker geboeid wordt en geboeid blijft. Eerstejaarsleerlingen schrijven en verfilmen hun eigen soapscènes, tweedejaars maken een videoportret. Vanaf het derde leerjaar is film een kunstkeuzevak. Op het IVKO leren de leerlingen film maken (van idee en script tot en met eindmontage) en kunnen zij ook tijdens KWT filmische opdrachten doen voor de talen en zaakvakken. We hebben ieder schooljaar ons eigen IVKO-filmfestival, waarvan de winnaars naar het NFFS (Nederlands Filmfestival voor Scholieren) gaan. Film maakt enthousiast voor een beroep in het filmvak: veel leerlingen stromen door naar het Mediacollege Amsterdam en soms zelfs naar de Nederlandse Filmacademie. 

Fotografie

Foto’s maken kan iedereen maar niet ieder- een kan fotograferen...
De leerlingen krijgen les over licht, techniek, compositie en theorie. Ze leren werken met digitale camera’s.

Door te fotograferen aan de hand van verschillende opdrachten brengen ze het geleerde in praktijk. Hierbij wordt een beroep gedaan op creativiteit en fantasie. De leerlingen leren ook hun eigen werk te presenteren en op een positieve manier naar elkaars werk te kijken en het te beoordelen. Tijdens deze periode maken ze ook kennis met het werk van andere fotografen en bezoeken ze musea en fototentoonstellingen en doen mee aan binnen- en buitenschoolse foto-opdrachten.

Je leert om te kijken en je kijkt om te leren. Zo word je een betere fotograaf en deze kennis is toe te passen bij de overige kunstvakken. Fotografie wordt gegeven vanaf het derde leerjaar. Eindexamenkandidaten fotografie met ambitie stromen vaak door naar kunstacademies, het Mediacollege of particuliere foto-opleidingen. 

Theatertechniek

In het hart van de school bevindt zich een prachtige theaterzaal. Dit is de plaats waar het publiek samenkomt om te genieten van de voorstellingen die leerlingen maken. De theaterzaal is voorzien van professionele theatertechnische voorzieningen. Licht, geluid en decor spelen een grote rol bij de uitvoering van voorstellingen. Tijdens de lessen van het vak theatertechniek leer je hoe je schijnwerpers moet ophangen en richten. Hoe je een microfoon aansluit op de mengtafel. Je leert hoe je moet omgaan met de hijsmiddelen. Theatertechnici vormen de schakel tussen de kunstenaar en de techniek. Ze zijn flexibel en kunnen goed samenwerken. Het zijn de artiesten achter de knoppen. Het is een intensief en creatief vak, waarbij soms ook buiten de lestijden een beroep op je wordt gedaan. Leerlingen die theatertechniek volgen zijn het hele jaar in touw. Bij alle podiumpresentaties worden ze ingeschakeld. In het begin onder begeleiding, maar naarmate het schooljaar vordert werken ze steeds zelfstandiger. Theatertechniek wordt  in het derde leerjaar gegevn. 

CKV

Culturele en Kunstzinnige Vorming is een verplicht vak in 4 havo.
Leerlingen leren bij dit vak hun kennis van verschillende vormen van kunst en cultuur te vergroten en deze kennis in te zetten bij het beschouwen van kunst. 

CKV is een ervaringsvak. Leerlingen zijn daarom regelmatig buiten de school te vinden; ze bezoeken dan een museum, voorstelling of expositie. De ene leerling vindt iets mooi en de ander niet. Hierover gaan leerlingen met elkaar in gesprek en ze verwerken hun ervaringen met behulp van praktische opdrachten. 

Leerlingen stellen een kunstportfolio samen, in de vorm van een blog, waarin verslagen 
en indrukken van de diverse activiteiten zijn vastgelegd. 

Kunst Algemeen

Dit vak wordt gegeven in 4 en 5 havo. Leerlingen maken kennis met de belangrijkste termen en begrippen van de bouwkunst, dans, muziek, beeldende kunst en drama. In de klas wordt gepraat over gelijkenissen en verschillen tussen deze kunstdisciplines en 
worden de ontwikkelingen in een breder cultuurhistorisch perspectief geplaatst. Leerlingen vergelijken kunst van alle tijden met de kunst van vandaag, waardoor zij zich beter in kunnen leven in allerlei kunstperiodes. Hierbij leren zij bijvoorbeeld hoe de politiek of de economie van een land invloed had op het werk van een kunstenaar en omgekeerd. Het vak wordt afgesloten met een Centraal Schriftelijk Examen waarbij altijd de periodes van de eerste helft van de twintigste eeuw en de massacultuur uit de tweede helft van de twintigste eeuw behandeld worden. Daarnaast staat één andere cultuurhistorische periode centraal. Het cijfer voor het Centraal Examen telt voor de helft mee. De andere helft van het cijfer wordt bepaald door het kunstexamenvak beeldend of podium dat is afgesloten met een schoolexamen. 

Geschiedenis en kunstgeschiedenis

In het derde jaar volgt iedereen de vakken geschiedenis en kunstgeschiedenis. Dat komt meteen van pas want ook de werkweken in de bovenbouw zijn cultureel en staan in het teken van vakoverstijgend samenwerken. We proberen van de werkweek een ‘gesamtkunstwerk’ te maken. De reizen gaan naar buitenlandse steden; de bestemmingen wisselen geregeld.